Er zijn twee soorten voedselresten die tussen de tanden kunnen vast komen te zitten. De geleerden verschilden van mening over de duidelijk merkbare hoeveelheid, maar zij waren het er unaniem over eens dat het doorslikken van extreem kleine hoeveelheden voedselresten die tussen de tanden vastzitten het vasten niet verbreekt.
Dit zijn in feite de soorten voedselresten die iemand nauwelijks opmerkt. Ze worden beschouwd als onderdeel van het speeksel en worden zonder erbij na te denken doorgeslikt. De geleerden waren het er unaniem over eens dat het doorslikken van dit soort voedselresten die tussen de tanden vastzitten het vasten niet verbreekt.
Dit zijn de soorten voedselresten die tussen de tanden vast komen te zitten en duidelijk merkbaar zijn. Iemand voelt vaak dat ze vastzitten en kan moeite hebben om ze te verwijderen. Imam Abu Hanifa was van mening dat het doorslikken van dit soort voedselresten het vasten niet verbreekt.
(٢٠٣٠) فَصْلٌ: وَمَنْ أَصْبَحَ بَيْنَ أَسْنَانِهِ طَعَامٌ؛ لَمْ يَخْلُ مِنْ حَالَيْنِ: أَحَدُهُمَا؛ أَنْ يَكُونَ يَسِيرًا لَا يُمْكِنْهُ لَفْظُهُ، فَازْدَرَدَهُ، فَإِنَّهُ لَا يُفْطِرُ بِهِ؛ لِأَنَّهُ لَا يُمْكِنُ التَّحَرُّزُ مِنْهُ، فَأَشْبَهَ الرِّيقَ، قَالَ ابْنُ الْمُنْذِرِ: أَجْمَعَ عَلَى ذَلِكَ أَهْلُ الْعِلْمِ. الثَّانِي، أَنْ يَكُونَ كَثِيرًا يُمْكِنُ لَفْظُهُ، فَإِنْ لَفَظَهُ فَلَا شَيْءَ عَلَيْهِ، وَإِنْ ازْدَرَدَهُ عَامِدًا، فَسَدَ صَوْمُهُ فِي قَوْلِ أَكْثَرِ أَهْلِ الْعِلْمِ. وَقَالَ أَبُو حَنِيفَةَ: لَا يُفْطِرُ؛ لِأَنَّهُ لَا بُدَّ لَهُ أَنْ يَبْقَى بَيْنَ أَسْنَانِهِ شَيْءٌ مِمَّا يَأْكُلُهُ، فَلَا يُمْكِنُ التَّحَرُّزُ مِنْهُ، فَأَشْبَهَ مَا يَجْرِي بِهِ الرِّيقُ. وَلَنَا أَنَّهُ بَلَعَ طَعَامًا يُمْكِنُهُ لَفْظُهُ بِاخْتِيَارِهِ، ذَاكِرًا لِصَوْمِهِ، فَأَفْطَرَ بِهِ، كَمَا لَوْ ابْتَدَأَ الْأَكْلَ، وَيُخَالِفُ مَا يَجْرِي بِهِ الرِّيقُ، فَإِنَّهُ لَا يُمْكِنْهُ لَفْظُهُ. فَإِنْ قِيلَ: يُمْكِنُهُ أَنْ يَبْصُقَ. قُلْنَا: لَا يَخْرُجُ جَمِيعُ الرِّيقِ بِبُصَاقِهِ، وَإِنْ مُنِعَ مِنْ ابْتِلَاعِ رِيقِهِ كُلِّهِ لَمْ يُمْكِنْهُ.
[المغني — الجزء ٣ — الصفحة ١٢٦]
Ibn Qudamah zei:
“Hoofdstuk: Wie wakker wordt terwijl er voedsel tussen zijn tanden zit, verkeert in één van twee situaties:
De eerste: dat het een kleine hoeveelheid is die hij niet kan uitspugen, waarna hij het doorslikt. In dat geval verbreekt dit zijn vasten niet, omdat het onmogelijk is om dit volledig te vermijden. Het is daarom vergelijkbaar met speeksel. Ibn al-Mundhir zei: De geleerden zijn het hierover unaniem eens.
De tweede: dat het een grote hoeveelheid is die hij wel kan uitspugen. Als hij het uitspuugt, rust er niets op hem. Maar als hij het opzettelijk doorslikt, dan wordt zijn vasten ongeldig volgens de mening van de meeste geleerden.
Abu Hanifa zei: Het verbreekt het vasten niet (wanneer iemand een grotere hoeveelheid doorslikt die hij kan uitspugen), omdat het onvermijdelijk is dat er iets van hetgeen een persoon eet tussen zijn tanden achterblijft. Het is onmogelijk om dit volledig te vermijden, en daarom wordt het behandeld zoals datgene wat met het speeksel meeloopt.
Ons argument is dat hij voedsel heeft doorgeslikt dat hij kon uitspugen, uit eigen keuze, terwijl hij zich ervan bewust was dat hij aan het vasten was. Daarom wordt zijn vasten hierdoor ongeldig, net zoals wanneer hij opnieuw zou beginnen met eten. Dit verschilt van datgene wat met het speeksel meeloopt, want dat kan hij niet uitspugen. Als iemand zegt: Hij kan het toch uitspugen? Dan zeggen wij: Niet al het speeksel komt naar buiten door alleen te spugen. En als iemand verhinderd zou worden om al zijn speeksel door te slikken, dan zou hij daartoe niet in staat zijn.”
[Al-Mughni - Deel 3 - Pagina 126]
Imam Abu Hanifa had een mildere opvatting met betrekking tot voedsel dat tussen de tanden blijft zitten. Hij stelde dat zelfs grotere, zichtbare stukjes — zoals stukjes noten, vlees of soortgelijk voedsel — onvermijdelijk tussen de tanden achterblijven en daarom worden behandeld zoals speeksel. Op basis van deze opvatting zou het doorslikken van dergelijke resten het vasten niet ongeldig maken.
Ibn Qudamah was het niet eens met de positie van Abu Hanifa. Hij betoogde dat dergelijk voedsel niet met speeksel kan worden vergeleken, omdat het zichtbaar is en uitgespuugd kan worden.
Hij legde uit dat speeksel niet volledig uit de mond verwijderd kan worden, terwijl zichtbaar voedsel dat tussen de tanden vastzit wel verwijderd kan worden. Daarom kunnen deze twee zaken volgens zijn mening niet dezelfde regelgeving hebben.
Het lijkt ons dat het doorslikken van zichtbare stukjes voedsel die tussen de tanden vastzitten het vasten ongeldig maakt, aangezien men in staat is deze uit te spugen of te verwijderen. In deze kwestie volgen wij de mening van Ibn Qudamah.
Wat betreft datgene wat niet opgemerkt wordt, zoals zeer kleine voedselresten, deze maken het vasten niet ongeldig volgens de consensus van de geleerden.
Zit je met vragen waar je graag een antwoord op wilt krijgen? Stel jouw algemene of specifieke vraag over de Islam. We staan voor je klaar en geven je binnen 48 uur antwoord.
Vraag stellen