Na het eten kan er slijm ophopen in de keel, welke vaak opgeschraapt wordt. Kan men de slijm doorslikken zonder gevolgen voor de geldigheid van het vasten?
De geleerden verschilden van mening over het doorslikken van slijm. Een groep zei dat het het vasten verbreekt, en een andere groep zei van niet.
[فَصْلُ ابْتِلَاع الصَّائِم النُّخَامَةَ]
(٢٠٢٣) فَصْلٌ: وَإِنْ ابْتَلَعَ النُّخَامَةَ فَفِيهَا رِوَايَتَانِ، إحْدَاهُمَا، يُفْطِرُ. قَالَ حَنْبَلٌ: سَمِعْت أَبَا عَبْدِ اللَّهِ يَقُولُ: إذَا تَنَخَّمَ، ثُمَّ ازْدَرَدَهُ، فَقَدْ أَفْطَرَ. لِأَنَّ النُّخَامَةَ مِنْ الرَّأْسِ تَنْزِلُ، وَالرِّيقَ مِنْ الْفَمِ. وَلَوْ تَنَخَّعَ مِنْ جَوْفِهِ، ثُمَّ ازْدَرَدَهُ، أَفْطَرَ. وَهَذَا مَذْهَبُ الشَّافِعِيِّ؛ لِأَنَّهُ أَمْكَنَ التَّحَرُّزُ مِنْهَا، أَشْبَهَ الدَّمَ، وَلِأَنَّهَا مِنْ غَيْرِ الْفَمِ، أَشْبَهَ الْقَيْءَ. وَالرِّوَايَةُ الثَّانِيَةُ، لَا يُفْطِرُ. قَالَ، فِي رِوَايَةِ الْمَرُّوذِيِّ: لَيْسَ عَلَيْك قَضَاءٌ إذَا ابْتَلَعْتَ النُّخَامَةَ وَأَنْتَ صَائِمٌ. لِأَنَّهُ مُعْتَادٌ فِي الْفَمِ، غَيْرُ وَاصِلٍ مِنْ خَارِجٍ، أَشْبَهَ الرِّيقَ.
[المغني — الجزء ٣ — الصفحة ١٢٣]
Ibn Qudamah zei:
"Als iemand slijm (nuchāmah) doorslikt, dan bestaan daarover twee overleveringen. Volgens één daarvan verbreekt het het vasten. Hanbal ibn Ishaq zei: Ik hoorde Abu Abd Allah Ahmad ibn Hanbal zeggen: “Wanneer iemand slijm ophoest (keel schrapen) en het vervolgens doorslikt, dan heeft hij zijn vasten verbroken.”
Dat is omdat het slijm vanuit het hoofd naar beneden komt, terwijl speeksel uit de mond afkomstig is.
En als hij slijm vanuit zijn binnenste ophoest en het daarna doorslikt, dan verbreekt hij het vasten. Dit is ook de opvatting van Muhammad ibn Idris al-Shafi'i, omdat het mogelijk is zich ervan te onthouden; het lijkt op bloed, en omdat het niet uit de mond zelf komt, is het vergelijkbaar met braaksel.
De tweede overlevering is dat het het vasten niet verbreekt. Er wordt gezegd in de overlevering van al-Marwadhī: “Je hoeft niets in te halen als je slijm doorslikt terwijl je vast.” Dat is omdat het iets is dat gewoonlijk in de mond aanwezig is en niet van buitenaf binnenkomt, en daarom lijkt het op speeksel."
[Al-Mughni - Volume 3 - Pagina 123]
Het lijkt ons dat het doorslikken van slijm, of het nu afkomstig is uit de neus of de keel, het vasten niet verbreekt. Het is vergelijkbaar met speeksel, aangezien het zich vaak in de mond bevindt, en het is niet zoals braaksel dat vanuit de maag naar de mond omhoogkomt.
Dit is de opvatting van de meerderheid van de geleerden.
Zit je met vragen waar je graag een antwoord op wilt krijgen? Stel jouw algemene of specifieke vraag over de Islam. We staan voor je klaar en geven je binnen 48 uur antwoord.
Vraag stellen