De geleerden hebben de regelgeving rondom het vasten van de zes dagen van Shawwal besproken. Sommigen van hen beschouwden het niet als een Sunnah, terwijl anderen dit wel deden.
Degenen die het als een Sunnah beschouwden, legden uit dat het vasten van zes dagen na het voltooien van Ramadan gelijkstaat aan het vasten van een volledig jaar: Ramadan staat gelijk aan tien maanden en Shawwal vult de resterende twee maanden aan.
Het is toegestaan om de zes dagen van Shawwal niet aaneengesloten te vasten, volgens Imam Abu Hanifa en Imam Ahmad.
عَنْ أَبِي أَيُّوبَ الْأَنْصَارِيِّ أَنَّ رَسُولَ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ قَالَ مَنْ صَامَ رَمَضَانَ ثُمَّ أَتْبَعَهُ سِتًّا مِنْ شَوَّالٍ كَانَ كَصِيَامِ الدَّهْرِ
Abu Ayyub overleverde: De Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Wie de maand Ramadan vast en deze daarna opvolgt met zes dagen vasten in de maand Shawwal, het zal zijn alsof hij het gehele jaar heeft gevast.”
[Sahih Muslim 1164]
٥٢٢ - مسألة؛ قال: (وَمَنْ صَامَ شَهْرَ رَمَضَانَ، وأَتْبَعَهُ بِسِتٍّ مِنْ شَوَّالٍ، وإنْ فَرَّقَهَا، فَكَأَنَّمَا صَامَ الدَّهْرَ)
وجُمْلَةُ ذلك أنَّ صَوْمَ سِتَّةِ أَيَّامٍ من شَوَّال مُسْتَحَبٌّ عند كَثِيرٍ من أهْلِ العِلْمِ. رُوِىَ ذلك عن كَعْبِ الأحْبارِ، والشَّعْبِىِّ، ومَيْمُونِ بن مِهْرانَ. وبه قال الشَّافِعِىُّ. وكَرِهَهُ مالِكٌ. وقال: ما رأيْتُ أحَدًا من أهْلِ الفِقْهِ يَصُومُها، ولم يَبْلُغْنِى ذلك عن أحَدٍ من السَّلَفِ، وأنَّ أهْلَ العِلْمِ يَكْرَهُونَ ذلك، ويَخَافُونَ بِدْعَتَهُ، وأن يُلْحَقَ بِرمضانَ ما ليس منه. ولَنا، ما رَوَى أبو أيُّوبَ، قال: قال رسولُ اللهِ -صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ-: "مَنْ صَامَ رَمَضَانَ، وأَتْبَعَهُ سِتًّا مِنْ شَوَّالٍ، فَكَأنَّمَا صَامَ الدَّهْرَ". رَوَاهُ أبو دَاوُدَ، والتِّرْمِذِىُّ (١)، وقال: حَدِيثٌ حَسَنٌ. وقال أحمدُ: هو مِن ثلاثةِ أَوْجُهٍ عن النَّبِىِّ -صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ-. ورَوَى سَعِيدٌ، بإسْنَادِه عن ثَوْبَانَ، قال: قال رسولُ اللهِ -صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ-: "مَنْ صَامَ رَمَضَانَ، شَهْرٌ بِعَشَرَةِ أَشْهُرٍ، وصَامَ سِتَّةَ أَيَّامٍ بَعْدَ الفِطْرِ، وذلِكَ تَمَامُ سَنَةٍ" (٢). يَعْنِى أنَّ الحَسَنَةَ بِعَشْرِ أمْثَالِها، فالشَّهْرُ بِعَشَرَةٍ والسِّتَّةُ بِسِتِّينَ يَوْمًا. فذلك اثْنَا عَشَرَ شَهْرًا، وهو سَنَةٌ كَامِلَةٌ، ولا يَجْرِى هذا مَجْرَى التَّقْدِيمِ لِرمضانَ، لأنَّ يَوْمَ الفِطْرِ فَاصِلٌ. فإن قِيلَ: فلا دَلِيلَ فى هذا الحَدِيثِ على فَضِيلَتِها؛ لأنَّ النَّبِىَّ -صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ- شَبَّهَ صِيامَها بِصِيَامِ الدَّهْرِ، وهو مَكْرُوهٌ. قُلْنا: إنَّما كُرِهَ صَوْمُ الدَّهْرِ؛ لما فيه من الضَّعْفِ والتَّشْبِيهِ بِالتَّبَتُّلِ، لولا ذلك لَكان (٣) فَضْلًا عَظِيمًا، لِاسْتِغْرَاقِه الزَّمانَ بِالعِبادَةِ والطَّاعَةِ، والمُرَادُ بالخَبَرِ التَّشْبِيهُ به فى حُصُولِ العِبَادَةِ به، على وَجْه عَرِىٍّ عن المَشَقَّةِ، كما قال عليه السَّلَامُ: "مَنْ صَامَ ثَلَاثَةَ أَيَّامٍ مِنْ كُلِّ شَهْرٍ، كَانَ كَمَنْ صَامَ الدَّهْرَ" (٤). ذَكَرَ ذلك حَثًّا على صِيَامِها، وبَيانِ فَضْلِهَا، ولا خِلافَ فى اسْتِحْبَابِها.
[المغني - المجلد ٤ - الصفحات ٤٣٨-٤٣٩]
Ibn Qudamah zei:
“[Wie de maand Ramadan vast en deze opvolgt met zes dagen van Shawwal, zelfs als deze dagen verspreid worden gevast, het is alsof hij een jaar heeft gevast.]
Kortom: het vasten van de zes dagen van Shawwal wordt aanbevolen door veel geleerden. Dit is overgeleverd van Kaʿb al-Aḥbār, al-Shaʿbī en Maymūn ibn Mihrān.
Al-Shāfiʿī onderschreef dit, terwijl Mālik het afkeurde. Hij (Malik) zei: ‘Ik heb niemand van de juristen gezien die deze dagen vastte, noch heb ik gehoord dat iemand van de vroegere generaties dit deed. De geleerden keurden het af en vreesden dat het als een innovatie zou worden beschouwd, waarbij iets aan Ramadan wordt toegevoegd wat er geen onderdeel van is.’
Er is echter overgeleverd van Abū Ayyūb dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: ‘Wie Ramadan vast en deze opvolgt met zes dagen van Shawwal, het is alsof hij het gehele jaar heeft gevast.’ Deze hadith is overgeleverd door Abū Dāwūd en al-Tirmidhī, die zei: ‘Het is een goede (ḥasan) hadith.’ Ahmad zei: ‘Er zijn drie versies hiervan overgeleverd van de Profeet ﷺ.’
Saʿīd leverde via zijn keten over van Thawbān, die zei dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: ‘Wie Ramadan vast, het is alsof hij tien maanden heeft gevast, en wie daarna zes dagen na Eid vast, dat voltooit een jaar.’ Dit betekent dat de beloning tienvoudig wordt vermenigvuldigd: de maand telt als tien maanden en de zes dagen tellen als zestig dagen, wat samen twaalf maanden vormt, oftewel een volledig jaar. Dit hoeft niet aaneengesloten te zijn, omdat de dag van Eid hiervan is uitgesloten.
Als er wordt gezegd: ‘Deze hadith kan dan niet dienen als bewijs voor de verdienste van deze zes dagen, omdat de Profeet ﷺ hun vasten vergeleek met het vasten van het hele jaar (wat afgeraden is),’ dan antwoorden wij: Het afkeurenswaardige zit alleen in het voortdurend vasten van een heel jaar, vanwege de zwakte die het veroorzaakt en de gelijkenis met wereldverzaking. Anders zou het juist een grote deugd zijn, omdat iemand zijn tijd volledig vult met aanbidding en gehoorzaamheid. De bedoeling van de overlevering is de overeenkomst in het verkrijgen van de beloning, zonder de bijbehorende zwaarte.
Zoals hij ﷺ zei: ‘Wie drie dagen van elke maand vast, het is alsof hij het hele jaar heeft gevast.’ Dit werd genoemd om het vasten van deze dagen aan te moedigen en hun verdienste te verduidelijken. Er bestaat geen verschil van mening over de aanbeveling ervan.”
[Al-Mughni - Volume 4 - Page 438-439]
Ibn Qudamah verduidelijkt dat het vasten van de zes dagen van Shawwal losstaat van Eid al-Fitr. Deze dagen dienen na Eid al-Fitr gevast te worden. Men kan dus beginnen op de 2e van Shawwal of op elk later moment gedurende de maand.
Hij vermeldde ook dat deze dagen niet aaneengesloten gevast hoeven te worden; iemand mag ze verspreiden over de hele maand. Bijvoorbeeld door een dag te vasten, vervolgens na enkele dagen weer een dag te vasten, enzovoort.
Volgens Imam Ahmad is het niet toegestaan om vrijwillig te vasten voordat gemiste verplichte vasten van Ramadan zijn ingehaald.
[فَصْلُ التَّطَوُّعِ بِالصَّوْمِ مِمَّنْ عَلَيْهِ صَوْمُ فَرْضٍ]
(٢٠٨٩) فَصْلٌ: وَاخْتَلَفَتْ الرِّوَايَةُ عَنْ أَحْمَدَ فِي جَوَازِ التَّطَوُّعِ بِالصَّوْمِ، مِمَّنْ عَلَيْهِ صَوْمُ فَرْضٍ، فَنَقَلَ عَنْهُ حَنْبَلٌ أَنَّهُ قَالَ: لَا يَجُوزُ لَهُ أَنْ يَتَطَوَّعَ بِالصَّوْمِ، وَعَلَيْهِ صَوْمٌ مِنْ الْفَرْضِ حَتَّى يَقْضِيَهُ، يَبْدَأُ بِالْفَرْضِ، وَإِنْ كَانَ عَلَيْهِ نَذْرٌ صَامَهُ يَعْنِي بَعْدَ الْفَرْضِ. وَرَوَى حَنْبَلٌ، عَنْ أَحْمَدَ بِإِسْنَادِهِ عَنْ أَبِي هُرَيْرَةَ، أَنَّ رَسُولَ اللَّهِ - صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ - قَالَ: «مَنْ صَامَ تَطَوُّعًا، وَعَلَيْهِ مِنْ رَمَضَانَ شَيْءٌ لَمْ يَقْضِهِ، فَإِنَّهُ لَا يُتَقَبَّلُ مِنْهُ حَتَّى يَصُومَهُ» . وَلِأَنَّهُ عِبَادَةٌ يَدْخُلُ فِي جُبْرَانِهَا الْمَالُ، فَلَمْ يَصِحَّ التَّطَوُّعُ بِهَا قَبْلَ أَدَاءِ فَرْضِهَا، كَالْحَجِّ. وَرُوِيَ
عَنْ أَحْمَدَ، أَنَّهُ يَجُوزُ لَهُ التَّطَوُّعُ؛ لِأَنَّهَا عِبَادَةٌ تَتَعَلَّقُ بِوَقْتِ مُوَسَّعٍ، فَجَازَ التَّطَوُّعُ فِي وَقْتِهَا قَبْلَ فِعْلِهَا، كَالصَّلَاةِ يَتَطَوَّعُ فِي أَوَّلِ وَقْتِهَا، وَعَلَيْهِ يُخَرَّجُ الْحَجُّ.
وَلِأَنَّ التَّطَوُّعَ بِالْحَجِّ يَمْنَعُ فِعْلَ وَاجِبِهِ الْمُتَعَيِّنِ، فَأَشْبَهَ صَوْمَ التَّطَوُّعِ فِي رَمَضَانَ، بِخِلَافِ مَسْأَلَتِنَا. وَالْحَدِيثُ يَرْوِيه ابْنُ لَهِيعَةَ، وَفِيهِ ضَعْفٌ، وَفِي سِيَاقِهِ مَا هُوَ مَتْرُوكٌ، فَإِنَّهُ قَالَ فِي آخِرِهِ: (وَمَنْ أَدْرَكَهُ رَمَضَانُ، وَعَلَيْهِ مِنْ رَمَضَانَ شَيْءٌ لَمْ يُتَقَبَّلْ مِنْهُ) . وَيُخَرَّجُ فِي التَّطَوُّعِ بِالصَّلَاةِ فِي حَقِّ مَنْ عَلَيْهِ الْقَضَاءُ مِثْلُ مَا ذَكَرْنَاهُ فِي الصَّوْمِ.
[المغني – الجزء الثالث – الصفحتان ١٥٤–١٥٥]
Ibn Qudamah zei:
[Hoofdstuk: Vrijwillig vasten voor iemand die een verplicht vasten verschuldigd is]
“De overleveringen verschillen over de mening van Ahmad met betrekking tot de toelaatbaarheid van vrijwillig vasten voor iemand die nog een verplicht vasten moet inhalen. Hanbal heeft van hem overgeleverd dat hij zei: ‘Het is niet toegestaan voor iemand om vrijwillig te vasten terwijl hij nog een verplicht vasten verschuldigd is. Hij moet eerst het verplichte vasten voltooien. Als hij een gelofte heeft gedaan, dan vervult hij deze na het verplichte vasten.’
Hanbal heeft ook van Ahmad overgeleverd, via zijn keten van overlevering van Abu Hurayrah, dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: ‘Wie vrijwillig vast terwijl hij nog iets van Ramadan verschuldigd is dat hij nog niet heeft ingehaald, het zal niet van hem worden geaccepteerd totdat hij dit heeft ingehaald.’
Omdat het een vorm van aanbidding is die gecompenseerd kan worden met geld, zijn vrijwillige daden niet geldig voordat de verplichte daden zijn verricht, zoals bij de Hajj.
Ahmad heeft ook overgeleverd dat het toegestaan is voor iemand om vrijwillige daden te verrichten, omdat dit aanbiddingen zijn die verbonden zijn aan een ruime tijdsperiode. Daarom is het toegestaan om vrijwillige daden binnen hun tijd te verrichten voordat de verplichte daad wordt uitgevoerd, zoals het vrijwillige gebed aan het begin van zijn voorgeschreven tijd, terwijl de verplichte Hajj verricht moet worden wanneer de tijd daarvoor aanbreekt.
Een vrijwillige Hajj verhindert het verrichten van de verplichte Hajj niet, en daarom wordt vrijwillig vasten in Ramadan hiermee vergeleken, in tegenstelling tot onze kwestie.
De hadith is overgeleverd door Ibn Lahi‘ah; deze bevat zwakte en in de context ervan bevinden zich zaken die niet worden aangenomen. Uiteindelijk zei hij: ‘Wie Ramadan bereikt terwijl hij er nog iets van verschuldigd is, het zal niet van hem worden geaccepteerd.’
Op dezelfde manier wordt het vrijwillige gebed behandeld in het geval van iemand die nog een verplicht gebed verschuldigd is, zoals wij hebben vermeld met betrekking tot het vasten.”
[Al-Mughni - Volume 3 - Page 154-155]
Zit je met vragen waar je graag een antwoord op wilt krijgen? Stel jouw algemene of specifieke vraag over de Islam. We staan voor je klaar en geven je binnen 48 uur antwoord.
Vraag stellen