In Islam zijn regels vastgesteld die aangeven wat een vrouw wel en niet hoeft te bedekken. Dit verschilt ook per situatie. Wat bedekt een vrouw bij mannen en vrouwen?
'Awrah betekent kortgezegd de intieme delen van het lichaam die bedekt dienen te zijn. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan met wijde en bedekkende kleding waar niet doorheen gekeken kan worden.
Dit is een kwestie waar hedendaagse geleerden in mening verschillen. De madhabs hebben het gelukkig genoeg verduidelijkt. Imam Malik, Imam Shafi'i en Imam Ahmad zijn van mening dat de voeten onder 'awrah vallen.
Er zijn verschillende situaties waarbij de voeten onder 'awrah vallen. Dit is bijvoorbeeld tijdens het gebed en in bijzijn van non-mahram mannen.
In andere situaties zijn de voeten geen 'awrah. Denk bijvoorbeeld aan situaties als de moslimvrouw bij haar mahrams is of wanneer zij bij andere moslimvrouwen is.
We schreven een uitgebreid artikel over of de voeten onder 'awrah vallen. Daar zie je de bronnen en de volledigheid van deze kwestie.
Vrouwen zijn verplicht om zichzelf op een bescheiden manier te bedekken voor andere vrouwen. Dit geldt zowel voor moslim- als niet-moslimvrouwen. Ze moet zichzelf dus goed bedekken.
Nu mag ze haar haar ontbloten voor moslimvrouwen, maar dit mag niet het geval zijn voor niet-moslimvrouwen.
Voor moslimvrouwen mag ze het volgende ontbloten: haar, voorarmen, nek, het midden van het sleutelbeen (deel van de bovenste borstkas), scheenbenen en voeten.
Voor niet-moslimvrouwen mag ze niet hetzelfde ontbloten als voor moslimvrouwen. Ze mag dus alleen haar gezicht en handen laten zien.
En zeg tot de gelovige vrouwen dat zij hun ogen neerslaan en hun kuisheid bewaken en hun schoonheid niet tonen, behalve hetgeen daarvan zichtbaar is. En zij moeten de sluiers volledig over hun boezems dragen en hun schoonheid niet openlijk tonen, behalve aan ... hun mede-vrouwen ...
[Soera Nur vers 31]
Tafsir:
{hun mede-vrouwen}
Imam Ahmad zei:
"De vrouwen van het boek (Joden en Christenen) mogen het haar van de moslimvrouw niet zien (dus moet het voor hen bedekt zijn). Makhoul (Tabi') en anderen zeiden dit."
[Ahkam an-Nisa pagina 38 athar 35, van Al Khallal]
Dit vers van Soera Nur verwijst naar de moslimvrouwen. Hun mede-vrouwen kunnen haar gezicht, hand en haar zien. Dat zou geen probleem zijn. Maar die schoonheden kunnen niet ontbloot worden voor niet-moslimvrouwen.
Alles behalve wat tussen de navel en knie bevindt is awrah voor een moslimvrouw in bijzijn van andere moslimvrouwen. De knie en navel zelf zijn geen awrah.
In bijzijn van niet-moslimvrouwen is de awrah alles behalve het gezicht en de handen, net zoals dit het geval is in bijzijn van niet-mahram mannen.
أما عورة المرأة مع المرأة فكالرجل مع الرجل، فلها النظر إلى جميع بدنها إلا بين السرة والركبة
[التهذيب في الفقه الشافعي - المجلد ٥ - الصفحة ٢٣٦]
Al-Baghawi zei: "Wat betreft de ‘awrah van een vrouw tegenover een andere vrouw: dit is hetzelfde als de ‘awrah van een man tegenover een man. Zij mag dus naar haar hele lichaam kijken, behalve naar het gebied tussen de navel en de knie."
[Al-Tadhhib fi al-Fiqh al-Shafi'i - Volume 5 - Pagina 236]
والمرأة الذمية هل يجوز لها النظر إلى بدن المسلمة، وأن تدخل معها الحمام؟ فيه وجهان:
أحدهما: يجوز؛ لأنها عورة كالمسلمة مع المسلمة.
والثاني - وهو الأصح-: لا يجوز، وهي كالرجل الأجنبي؛ لأنها أجنبية في الدين، والله يقول: {أَوْ نِسَائِهِنَّ} [النور: ٣١] وليست الذمية من نسائنا.
[التهذيب في الفقه الشافعي - المجلد ٥ - الصفحة ٢٣٦]
Al-Baghawi zei:
"En mag de dhimmī-vrouw (Christenlijke of Joodse vrouw) naar het lichaam van de moslimvrouw kijken, en mag zij met haar het badhuis binnengaan? Daarover zijn er twee opvattingen: De eerste: het is toegestaan; omdat zij (de moslimvrouw) voor haar dezelfde status heeft als een moslimvrouw tegenover een moslimvrouw.
De tweede — en dit is de meest correcte —: het is niet toegestaan. Zij is zoals een niet-maḥram man, omdat zij vreemdeling is wat betreft religie. Allah zegt: '… of hun vrouwen (hun vrouwen onderling)…' [Soera al-Nūr 24:31], en de dhimmī-vrouw behoort niet tot 'hun vrouwen'."
[Al-Tadhhib fi al-Fiqh al-Shafi'i - Volume 5 - Pagina 236]
قَوْله تَعَالَى وَلا يُبْدِينَ زِينَتَهُنَّ إِلَّا لِبُعُولَتِهِنَّ الْآيَةَ قَالَ أَبُو بَكْرٍ ظَاهِرُهُ يَقْتَضِي إبَاحَةَ إبْدَاءِ الزِّينَةِ لِلزَّوْجِ وَلِمَنْ ذُكِرَ مَعَهُ مِنْ الْآبَاءِ وَغَيْرِهِمْ وَمَعْلُومٌ أَنَّ الْمُرَادَ مَوْضِعُ الزِّينَةِ وَهُوَ الْوَجْهُ وَالْيَدُ وَالذِّرَاعُ لِأَنَّ فِيهَا السِّوَارَ وَالْقُلْبَ وَالْعَضُدُ وَهُوَ مَوْضِعُ الدُّمْلُجِ وَالنَّحْرُ وَالصَّدْرُ مَوْضِعُ الْقِلَادَةِ وَالسَّاقُ مَوْضِعُ الْخَلْخَالِ فَاقْتَضَى ذَلِكَ إبَاحَةَ النَّظَرِ لِلْمَذْكُورِينَ فِي الْآيَةِ إلَى هَذِهِ الْمَوَاضِعِ وَهِيَ مَوَاضِعُ الزِّينَةِ الْبَاطِنَةِ لِأَنَّهُ خَصَّ فِي أَوَّلِ الْآيَةِ إبَاحَةَ الزِّينَةِ الظَّاهِرَةِ لِلْأَجْنَبِيَّيْنِ وَأَبَاحَ لِلزَّوْجِ وَذَوِي الْمَحَارِمِ النَّظَرَ إلَى الزِّينَةِ الْبَاطِنَةِ
[أحكام القرآن - المجلد ٥ - الصفحة ١٧٤]
Abu Bakr al-Jassas zei:
De uitspraak van de Verhevene: “En zij mogen hun schoonheden niet tonen, behalve aan hun echtgenoten…” — tot het einde van het vers.
De uiterlijke betekenis hiervan houdt in dat het tonen van de versiering toegestaan is voor de echtgenoot en voor degenen die samen met hem genoemd worden, zoals de vaders en anderen. Het is bekend dat hiermee de plaats van de versiering wordt bedoeld. Dit omvat: het gezicht, de hand, de onderarm — omdat daarop de armband (siwār) en de armbandring (qulb) worden gedragen, de bovenarm — omdat dit de plaats is van de dumlūj (een sierband voor de bovenarm), de hals en borst — omdat dit de plaats is van de halsketting, en het onderbeen — omdat dit de plaats is van de enkelband (khalkhāl).
Dit houdt in dat het voor de personen die in het vers genoemd worden toegestaan is om naar deze plaatsen te kijken. Dit zijn de plaatsen van de verborgen versiering.
Dit komt doordat Allah aan het begin van het vers de zichtbare versiering heeft toegestaan voor vreemde mannen (al-ajnabiyyīn), en Hij voor de echtgenoot en de maḥrams het kijken naar de verborgen versiering heeft toegestaan.
[Ahkam al-Quran - Al-Jassas - Volume 5 - Pagina 174]
وسائر جسدها على المحارم [عورة] (٤)، ما عدا رأسها وشعرها وذراعيها وما فوق نحرها
[إكمال المُعلِّم بفوائد مسلم – القاضي عياض – المجلد ٢ – الصفحة ١٨٦]
Al-Qadi Iyad zei: "En tegenover de maḥrams is de rest van haar lichaam eveneens ‘awrah (datgene wat bedekt moet worden), met uitzondering van haar hoofd, haar haar, haar armen en het gebied boven haar hals en borst."
[Ikmal al-Mu'allim bi Fawaid Muslim - Al-Qadi Iyad - Volume 2 - Pagina 186]
{وَليَضْرِبن بِخُمُرِهِنَّ على جُيُوبهنَّ وَلَا يبدين زينتهن إِلَّا لبعولتهن أَو آبائهن أَو آبَاء بعولتهن أَو أبنائهن أَو أَبنَاء بعولتهن أَو إخوانهن أَو بني إخوانهن أَو بني}
وَاعْلَم أَن المُرَاد بالزينة مَوضِع الزِّينَة هَا هُنَا
...
وَاعْلَم أَن الزِّينَة زينتان: زِينَة ظَاهِرَة، زِينَة باطنة، فالزينة الظَّاهِرَة هِيَ الْكحل والفتخة والخضاب إِذا كَانَ فِي الْكَفّ، وَأما الخضاب فِي الْقدَم فَهُوَ الزِّينَة الباطنية، وَأما السوار فِي الْيَد، فَعَن عَائِشَة أَنه من الزِّينَة الظَّاهِرَة، وَالأَصَح أَنه من الزِّينَة الْبَاطِنَة، وَهُوَ قَول أَكثر أهل الْعلم، وَأما الدملج [والمخنقة] والقلادة، وَمَا أشبه ذَلِك فَهُوَ من الزِّينَة الْبَاطِنَة، فَمَا كَانَ من الزِّينَة الظَّاهِرَة يجوز للْأَجْنَبِيّ النّظر إِلَيْهِ من غير شَهْوَة، وَمَا كَانَ من الزِّينَة الْبَاطِنَة لَا يجوز للْأَجْنَبِيّ النّظر إِلَيْهَا، وَأما الزَّوْج ينظر ويتلذذ، وَأما الْمَحَارِم ينظرُونَ من غير تلذذ.
[تفسير السمعاني – المجلد ٣ – الصفحة ٥٢١]
Abu al-Mudhaffar al-Sam'ani zei:
"Allah zegt: "En laat hen hun khumur (hoofddoeken) over hun boezems slaan en hun versiering niet tonen, behalve aan hun echtgenoten, hun vaders, de vaders van hun echtgenoten, hun zonen, de zonen van hun echtgenoten, hun broers, de zonen van hun broers..." (Soerat an-Noer 24:31)
Weet dat met de term az-zīnah (de versiering) hier de plaats waar de versiering zich bevindt wordt bedoeld.
...
Weet dat az-zīnah (de versiering) twee soorten kent: zichtbare versiering (zīnah dhahirah) en verborgen versiering (zīnah bāṭinah)
De zichtbare versiering omvat: al-kuḥl (kohl), al-fatkhah (een soort ring), en al-khiḍāb (henna/kleurstof) wanneer deze zich op de hand bevindt.
Wat betreft henna op de voet, dit behoort tot de verborgen versiering (az-zīnah al-bāṭinah).
Wat betreft de armband (as-siwār), er wordt van ʿĀʾishah overgeleverd dat deze tot de zichtbare versiering (az-zīnah al-dhahirah) behoort, maar de meest correcte mening is echter dat deze behoort tot de verborgen versiering, en dit is de mening van de meeste geleerden.
Wat betreft de armband voor de bovenarm (ad-dumluj), de halsband (al-mukhnaqah), de ketting (al-qilādah) en wat daarmee vergelijkbaar is: dit behoort tot de verborgen versiering.
Alles wat behoort tot de zichtbare versiering mag door de vreemde man (al-ajnabī) worden bekeken, zolang dit gebeurt zonder begeerte (shahwah).
Alles wat behoort tot de verborgen versiering mag niet door de vreemde man (al-ajnabī) worden bekeken.
Wat betreft de echtgenoot (az-zawj): hij mag ernaar kijken en ervan genieten (yanzhur wa yatalaḏḏaḏ).
Wat betreft de maḥārim: zij mogen ernaar kijken, maar zonder genot."
[Tafsir al-Sam'ani - Volume 3 - Pagina 521]
قَوْلُهُ تَعَالَى: {وَلَا يُبْدِينَ زِينَتَهُنَّ} أَيْ لَا يُظْهِرْنَ زِينَتَهُنَّ لِغَيْرِ مَحْرَمٍ، وَأَرَادَ بِهَا الزِّينَةَ الْخَفِيَّةَ، وَهُمَا زِينَتَانِ خَفِيَّةٌ وَظَاهِرَةٌ، فَالْخَفِيَّةُ: مِثْلُ الْخَلْخَالِ، وَالْخِضَابِ فِي الرِّجْلِ، وَالسُّوَارِ فِي الْمِعْصَمِ، وَالْقُرْطِ وَالْقَلَائِدِ، فَلَا يَجُوزُ لَهَا إِظْهَارُهَا، وَلَا لِلْأَجْنَبِيِّ النَّظَرُ إِلَيْهَا، وَالْمُرَادُ مِنَ الزِّينَةِ مَوْضِعُ الزِّينَةِ.
[تفسير البغوي – المجلد ٦ – الصفحة ٣٤]
Al-Baghawi zei:
De uitspraak van de Verhevene: “En zij mogen hun schoonheden niet tonen…” Dit betekent: zij mogen hun schoonheden niet zichtbaar maken aan iemand die geen maḥram is. Hiermee wordt de verborgen versiering bedoeld. Er zijn namelijk twee soorten versiering: verborgen en zichtbare versiering.
De verborgen versiering omvat bijvoorbeeld: de enkelband (khalkhāl), de henna/kleuring op de voet, de armband om de pols, de oorbel, en de ketting. Het is voor haar niet toegestaan om deze zichtbaar te maken, en het is voor een vreemde man (al-ajnabī) niet toegestaan om hiernaar te kijken.
Met “versiering” wordt hier bedoeld: de lichaamsonderdelen waarop de versiering wordt gedragen.
[Tafsir al-Baghawi - Volume 6 - Pagina 34]
{وَلَا يُبْدِينَ زِينَتَهُنَّ} يَعْنِي: الزِّينَةَ الْخَفِيَّةَ الَّتِي لَمْ يُبَحْ لَهُنَّ كَشْفُهَا فِي الصَّلَاةِ وَلَا لِلْأَجَانِبِ، وَهُوَ مَا عَدَا الْوَجْهَ وَالْكَفَّيْنِ {إِلَّا لِبُعُولَتِهِنَّ} قَالَ ابْنُ عَبَّاسٍ وَمُقَاتِلٌ: يَعْنِي لَا يَضَعْنَ الْجِلْبَابَ وَلَا الْخِمَارَ إِلَّا لِبُعُولَتِهِنَّ، أَيْ إِلَّا لِأَزْوَاجِهِنَّ، {أَوْ آبَائِهِنَّ أَوْ آبَاءِ بُعُولَتِهِنَّ أَوْ أَبْنَائِهِنَّ أَوْ أَبْنَاءِبُعُولَتِهِنَّ أَوْ إِخْوَانِهِنَّ} فَيَجُوزُ لِهَؤُلَاءِ أَنْ يَنْظُرُوا إِلَى الزِّينَةِ الْبَاطِنَةِ، وَلَا يَنْظُرُونَ إِلَى مَا بَيْنَ السُّرَّةِ وَالرُّكْبَةِ، وَيَجُوزُ لِلزَّوْجِ أَنْ يَنْظُرَ إِلَى جَمِيعِ بَدَنِهَا غَيْرَ أَنَّهُ يُكْرَهُ لَهُ النَّظَرُ إِلَى فَرْجِهَا.
[تفسير البغوي – المجلد ٦ – الصفحة ٣٤]
Al-Baghawi zei:
“En zij mogen hun schoonheden niet tonen…” Dit betekent: de verborgen schoonheden die zij niet mogen onthullen tijdens het gebed en ook niet aan vreemde mannen (al-ajnāb). Hiermee wordt bedoeld: alles behalve het gezicht en de handen.
“…behalve aan hun echtgenoten…” Ibn ʿAbbās en Muqātil zeiden: hiermee wordt bedoeld dat zij hun jilbāb (bovenkleed) en khimār (hoofddoek) niet afleggen behalve voor hun echtgenoten.
“…of hun vaders, of de vaders van hun echtgenoten, of hun zonen, of de zonen van hun echtgenoten, of hun broers…” Voor deze personen is het toegestaan om naar de verborgen schoonheden te kijken. Zij mogen in tegenstelling (tot de echtgenote) niet kijken naar datgene tussen de navel en de knie. Het is voor de echtgenoot toegestaan om naar haar gehele lichaam te kijken. Het wordt echter voor hem als makrūh beschouwd om naar haar geslachtsdeel te kijken.
[Tafsir al-Baghawi - Volume 6 - Pagina 34]
Imām Aḥmad beschouwt het echter als makrūh (afkeurenswaardig) wanneer een moeder haar scheenbeen of het bovenste gedeelte van haar borst ontbloot tegenover haar zoon, of wanneer een stiefmoeder dit doet tegenover haar stiefzoon, een schoondochter tegenover haar schoonvader, of een zuster tegenover haar broers.
Dit komt doordat er geen echte noodzaak is om deze lichaamsdelen te ontbloten en omdat dit dichter bij het risico komt dat het begeerte (shahwah) kan opwekken. Het is echter niet haram wanneer zij deze lichaamsdelen tegenover haar mahrams ontbloot.
٢٧ - أخبرني محمد بن علي، قال: حدثنا أبو بكر الأثرم، قال: سألت أبا عبد الله.
٢٨ - وأخبرني الحسين بن الحسن، قال: حدثنا محمد بن داود، أن
أبا عبد الله سُئل عن الرجل ينظر إلى شعر امرأة أبيه، وامرأة ابنه، وأم امرأته؟ فقال: هذا في القرآن {وَلَا يُبْدِينَ زِينَتَهُنَّ} إلا لكذا، وكذا.
زاد محمد: فرخص أن ينظر إلى شعورهن.
قلت له: فينظر إلى ساق امرأة أبيه وصدرها؟ قال: لا، ما يعجبني، ثم قال: أنا أكره أن ينظر من أمه وأخته إلى مثل ذلك، وإلى كل شيء لشهوة، قال محمد: منها الشهوة.
[أحكام النساء – أبو بكر الخلّال – الصفحة ٣٥]
Muḥammad ibn ʿAlī overleverde van Abū Bakr al-Athram, dat hij Abū ʿAbdillāh (Imām Aḥmad ibn Ḥanbal) vroeg:
Mag een man kijken naar het haar van zijn stiefmoeder, schoondochter en schoonmoeder?
Hij antwoordde: "Dit wordt genoemd in de Quran: 'En zij mogen hun schoonheid niet tonen…' behalve aan die en die." (Soerat an-Nūr: 31)
Muḥammad voegde eraan toe: Hij gaf toestemming om naar hun haar te kijken.
Mag een man naar het onderbeen van de vrouw van zijn vader (stiefmoeder) of naar haar borst kijken?" Hij antwoordde: "Nee, dat bevalt mij niet." Vervolgens zei hij: "Ik keur het ook af dat iemand bij zijn moeder of zijn zuster naar dergelijke lichaamsdelen kijkt, evenals dat hij naar welk lichaamsdeel dan ook kijkt uit begeerte." Muḥammad zei: "Dat wil zeggen: uit seksuele begeerte."
[Ahkam al-Nisa - Abu Bakr al-Khallal - Pagina 35]
وَقَالَ أَبُو بَكْرٍ: كَرَاهِيَةُ أَحْمَدَ النَّظَرَ إلَى سَاقِ أُمِّهِ وَصَدْرِهَا عَلَى التَّوَقِّي؛ لِأَنَّ ذَلِكَ يَدْعُو إلَى الشَّهْوَةِ يَعْنِي أَنَّهُ يُكْرَهُ وَلَا يَحْرُمُ.
[المغني – المجلد ٧ – الصفحة ٩٨]
Abū Bakr ʿAbd al-ʿAzīz ibn Jaʿfar (student van Abu Bakr al-Khallal) zei: "De afkeuring van Aḥmad ten aanzien van het kijken naar het scheenbeen en (bovengedeelte van) de borst van zijn moeder is gebaseerd op voorzichtigheid (at-taqawwī), omdat dit kan leiden tot begeerte (shahwah). Daarmee wordt bedoeld dat het makrūh (afkeurenswaardig) is en niet ḥarām (verboden)."
[Al-Mughni - Volume 7 - Pagina 98]
(٥٣٢٨) فَصْلٌ: وَيَحُوزُ لِلرَّجُلِ أَنْ يَنْظُرَ مِنْ ذَوَاتِ مَحَارِمِهِ إلَى مَا يَظْهَرُ غَالِبًا كَالرَّقَبَةِ وَالرَّأْسِ وَالْكَفَّيْنِ وَالْقَدَمَيْنِ وَنَحْوِ ذَلِكَ وَلَيْسَ لَهُ النَّظَرُ إلَى مَا يَسْتَتِرُ غَالِبًا، كَالصَّدْرِ وَالظَّهْرِ وَنَحْوِهِمَا.
[المغني – المجلد ٧ – الصفحة ٩٨]
Ibn Qudamah zei:
"Het is een man toegestaan om bij zijn vrouwelijke mahrams te kijken naar wat gewoonlijk zichtbaar is, zoals de hals, het hoofd, de handen, de voeten en dergelijke.
Het is hem echter niet toegestaan te kijken naar wat gewoonlijk bedekt is, zoals de borsten, de rug en dergelijke."
[Al-Mughni - Volume 7 - Pagina 98]
De meerderheid van de geleerden zijn van mening dat een vrouw's gezicht en handen niet vallen onder awrah. Ze mag dit tonen aan niet-mahram mannen, op basis van de uitspraken van Ibn Abbas en Ibn Umar over de uitzondering wat betreft de vers over het tonen van de zichtbare schoonheden.
Anderen waren van mening dat het gezicht en handen onder awrah valt. Dit is een mening overgeleverd van Imam Ahmad, en velen onder de Hanabilah kozen hiervoor.
ولا بأس بأن ينظر إلى وجهها وإلى كفها ولا ينظر إلى شيء غير ذلك منها وهذا قول أبي حنيفة
[الأصل — محمد بن الحسن الشيباني — المجلد ٣ — الصفحة ٥٧]
Muhammad ibn al-Hasan al-Shaybani zei:
"Er is geen bezwaar tegen dat een man naar het gezicht en hand kijkt van een vrouw (zonder verlangen), maar hij kijkt niet naar iets anders van haar. Dit is de mening van Abū Ḥanīfa."
[Al-Asl - Muhammad ibn al-Hasan al-Shaybani - Volume 3 - Pagina 57]
٢٦٥ - فِي قدم الْمَرْأَة هَل هِيَ عَورَة
قَالَ أَبُو جَعْفَر قَالَ أَصْحَابنَا وَالثَّوْري قدم الْمَرْأَة لَيست بِعَوْرَة وَإِن صلت وقدمها مكشوفة لم تفْسد صلَاتهَا
[اختلاف العلماء — الطحاوي — المجلد ١ — الصفحة ٣٠٧]
Al-Tahawi zei:
[Over of de voet van de vrouw tot de 'awrah behoort]
“Onze metgezellen (Hanafi) en al-Thawrī zeiden: de voet van de vrouw behoort niet tot de ʿawrah. Als zij bidt terwijl haar voet onbedekt is, dan wordt haar gebed daardoor niet ongeldig.”
[Ikhtilaf al-Ulama - Al-Tahawi - Volume 1 - Pagina 307]
وَقَالَ أَبُو حَنِيفَةَ وَأَصْحَابُهُ قَدَمُ الْمَرْأَةِ لَيْسَتْ بِعَوْرَةٍ فَإِنْ صَلَّتْ وَقَدَمُهَا مَكْشُوفَةٌ فَلَا شَيْءَ عَلَيْهَا وَإِنْ صَلَّتْ وَجُلُّ شَعْرِهَا مَكْشُوفٌ فَصَلَاتُهَا فَاسِدَةٌ وَإِنْ كَانَ الْأَقَلُّ مِنْ شَعْرِهَا مَكْشُوفًا فَلَا شَيْءَ عَلَيْهَا وَإِنِ انْكَشَفَ شَيْءٌ مِنْهَا غَيْرَ مَا ذَكَرْنَا فَصَلَّتْ بِذَلِكَ فَصَلَاتُهَا فَاسِدَةٌ عَلِمَتْ أَمْ لَمْ تَعْلَمْ
[التمهيد — ابن عبد البر — المجلد ٦ — الصفحة ٣٦٦]
Ibn Abdul-Barr vermeldde:
Abū Ḥanīfa en zijn metgezellen zeiden: “De voet van de vrouw behoort niet tot de ʿawrah.
Als zij bidt terwijl haar voet onbedekt is, dan rust er niets op haar (haar gebed is geldig). Als zij echter bidt terwijl het grootste deel van d'r haar onbedekt is, dan is haar gebed ongeldig.
Als slechts een klein gedeelte van haar haar onbedekt is, dan rust er niets op haar.
Als er iets anders van haar lichaam onbedekt raakt (naast het gezicht, handen, voeten) en zij bidt terwijl dat onbedekt is, dan is haar gebed ongeldig, of zij daarvan nu wel of niet op de hoogte was.”
[Al-Tamheed - Ibn Abdul-Barr - Volume 6 - Pagina 366]
قال القاضى إسماعيل: وهو الظاهر؛ لأن المرأة يجب عليها أن تستر فى الصلاة كل موضع منها لا يراه الغرباء إلا وجهها وكفيها، فدل أنه مما يجوز للغرباء أن يروه وهو قول مالك.
[إكمال المُعلِم بفوائد مسلم – القاضي عياض – المجلد ٧ – الصفحة ٣٧]
Al-Qāḍī Ismāʿīl zei: "Dit is de schijnbare mening (dat de handen en gezicht geen awrah zijn), omdat de vrouw tijdens de ṣalāh verplicht is elk deel van haar lichaam te bedekken dat niet door vreemde mannen (al-gharabāʾ) gezien mag worden, behalve haar gezicht en haar handen (al-kaffayn). Hieruit blijkt dat dit de lichaamsdelen zijn die voor vreemde mannen zichtbaar mogen zijn. Dit is ook de opvatting van Mālik."
[Ikmal al-Mu'allim bi Fawaid Muslim - Al-Qadi Iyad - Volume 7 - Pagina 37]
وَجَائِزٌ أَنْ يَنْظُرَ إِلَى ذَلِكَ مِنْهَا كُلُّ مَنْ نَظَرَ إِلَيْهَا بِغَيْرِ رِيبَةٍ وَلَا مكروه وأما النظر للشهورة فَحَرَامٌ تَأَمُّلُهَا مِنْ فَوْقِ ثِيَابِهَا لِشَهْوَةٍ فَكَيْفَ بِالنَّظَرِ إِلَى وَجْهِهَا مُسْفِرَةً
[التمهيد — ابن عبد البر — المجلد ٦ — الصفحة ٣٦٥]
Ibn Abdul-Barr zei:
"Het is toegestaan om naar datgene van de vrouw (haar gezicht en handen) te kijken, zolang dit zonder begeerte gebeurt en er geen sprake is van iets afkeurenswaardigs.
Wat betreft het kijken naar een vrouw die bekendstaat om haar schoonheid: het is verboden om haar zelfs van boven haar kleding te bekijken met begeerte; des te meer bij het kijken naar haar gezicht wanneer zij dit onbedekt toont."
[Al-Tamheed - Ibn Abdul-Barr - Volume 6 - Pagina 365]
Hieruit zien we dat Ibn Abdul-Barr aangeeft dat het gezicht en de handen niet onder awrah vallen. Daarnaast geeft hij aan dat het toegestaan is voor een man om ernaar te kijken zonder begeerte.
Het is opmerkelijk dat Ibn Abdul-Barr de vrouw die bekendstaat om haar schoonheid het niet verplicht haar gezicht te bedekken.
وقول من قال: هو الوجه والكفان أحسنها، لأن العلماء قد أجمعوا أن للمرأة أن تكشف وجهها، وكفيها في صلاتها، وأن عليها أن تستر ما عدا ذلك.
فإذا كان لها ذلك مباحاً في الصلاة علم أنها ليس بعورة، وإذا لم يكن عورة جاز لها إظهاره، كما أن ما ليس بعورة من الرجل جائز له إظهاره
[الهداية إلى بلوغ النهاية – مكي بن أبي طالب – المجلد ٨ – الصفحة ٥٠٧٠]
Makki ibn Abi Talib zei:
"De uitspraak van degenen die zeggen dat het gaat om het gezicht en de handen (al-wajh wa al-kaffān) is de sterkste mening. Dit omdat de geleerden het erover eens zijn dat het voor een vrouw toegestaan is om haar gezicht en handen onbedekt te laten tijdens de ṣalāh, en dat zij verplicht is alles daarbuiten te bedekken.
Als dit voor haar toegestaan is in de ṣalāh, dan weet men dat deze lichaamsdelen geen ʿawrah zijn. En wanneer iets geen ʿawrah is, dan is het toegestaan dat zij het toont, net zoals datgene wat bij de man geen ʿawrah is voor hem toegestaan is om te tonen."
[Al-Hidayah ila Bulugh al-Nihayah - Makki ibn Abi Talib - Volume 8 - Pagina 5070]
وأن الحرَّةَ ما عدا وجهها وكفيها عورة على غير ذوى المحارم من الرجال
[إكمال المُعلِّم بفوائد مسلم – القاضي عياض – المجلد ٢ – الصفحة ١٨٦]
Al-Qadi Iyad zei: "Voor de vrije vrouw behoort haar gezicht en handen niet tot de 'awrah tegenover niet-mahram mannen."
[Ikmal al-Mu'allim bi Fawaid Muslim - Al-Qadi Iyad - Volume 2 - Pagina 186]
(قَالَ): وَإِذَا أَرَادَ أَنْ يَتَزَوَّجَ الْمَرْأَةَ فَلَيْسَ لَهُ أَنْ يَنْظُرَ إلَيْهَا حَاسِرَةً وَيَنْظُرَ إلَى وَجْهِهَا وَكَفَّيْهَا وَهِيَ مُتَغَطِّيَةٌ بِإِذْنِهَا وَبِغَيْرِ إذْنِهَا قَالَ اللَّه تَعَالَى {وَلا يُبْدِينَ زِينَتَهُنَّ إِلا مَا ظَهَرَ مِنْهَا} قَالَ الْوَجْهُ وَالْكَفَّانِ.
[مختصر المزني - الصفحة ٢٦٤]
Imam al-Shafi'i zei:
"Wanneer een man met een vrouw wil trouwen, dan is het hem niet toegestaan om naar haar te kijken als zij onbedekt is.
Hij mag echter naar haar gezicht en haar handen kijken, terwijl zij bedekt is, zowel als ze ervan bewust is of niet.
Allah de Verhevene zegt: {En zij mogen hun schoonheid niet tonen, behalve datgene wat daarvan zichtbaar is} Daarmee worden het gezicht en de twee handen bedoeld.'"
[Mukhtasar al-Muzani - Pagina 264]
Imam al-Shāfiʿī geeft hier aan dat het gezicht en de handen niet tot de ʿawrah behoren, op basis van het vers: {En zij mogen hun schoonheid niet tonen, behalve datgene wat daarvan zichtbaar is}. Dit vers is door Ibn ʿAbbās en Ibn ʿUmar uitgelegd als een verwijzing naar het gezicht en de handen.
{وَليَضْرِبن بِخُمُرِهِنَّ على جُيُوبهنَّ وَلَا يبدين زينتهن إِلَّا لبعولتهن أَو آبائهن أَو آبَاء بعولتهن أَو أبنائهن أَو أَبنَاء بعولتهن أَو إخوانهن أَو بني إخوانهن أَو بني}
وَاعْلَم أَن المُرَاد بالزينة مَوضِع الزِّينَة هَا هُنَا فعلى هَذَا يجوز النّظر إِلَى وَجه الْمَرْأَة وكفيها من غير شَهْوَة، وَإِن خَافَ الشَّهْوَة غض الْبَصَر
[تفسير السمعاني – المجلد ٣ – الصفحة ٥٢١]
Abu al-Mudhaffar al-Sam'ani zei:
"Allah zegt: "En laat hen hun khumur (hoofddoeken) over hun boezems slaan en hun versiering niet tonen, behalve aan hun echtgenoten, hun vaders, de vaders van hun echtgenoten, hun zonen, de zonen van hun echtgenoten, hun broers, de zonen van hun broers..." (Soerat an-Noer 24:31)
Hier wordt met az-zīnah (de versiering) de plaats van de versiering (mawḍiʿ az-zīnah) bedoeld.
Op basis hiervan is het toegestaan om naar het gezicht van de vrouw en haar handen (kaffayn) te kijken, zonder begeerte (shahwah). Als men echter vreest dat begeerte zal ontstaan, dan dient men de blik neer te slaan."
[Tafsir al-Sam'ani - Volume 3 - Pagina 521]
فإن كانت أجنبية، نظر: إن كانت حُرَّةً فجميع بدنها عورة لا يجوز له أن ينر إلى شيء منها إلا إلى الوجه والكفين؛ لقول الله تعالى: {وَلا يُبْدِينَ زِينَتَهُنَّ إِلاَّ مَا ظَهَرَ مِنْهَا} [النور: ٣١].
قيل: ما ظهر منها الوجه والكفان؛ لأنها تحتاج إلى إبراز الوجه للبيع والشراء؛ وإلى إخراج الكف للأخذ والعطاء، ونعني بالكف: هرها وبطنها إلى الكوعين.
[التهذيب في الفقه الشافعي - المجلد ٥ - الصفحة ٢٣٦]
Al-Baghawi zei:
"Haar hele lichaam is ‘awrah, behalve haar handen en het gezicht, en het is niet toegestaan voor een niet-mahram man om naar iets anders te kijken. Dit vanwege het Woord van Allah de Verhevene: “En zij mogen hun schoonheden niet tonen, behalve datgene wat daarvan zichtbaar is.” (Soerah an-Noer 24:31)
Er is gezegd: wat daarvan zichtbaar is, zijn het gezicht en de handen. Dit omdat zij haar gezicht nodig heeft om zichtbaar te maken bij verkoop en aankoop, en haar hand nodig heeft om zaken aan te nemen en te geven. Met “hand” wordt hier bedoeld: de buitenkant en de binnenkant van de hand tot aan de polsen.
[Al-Tadhhib fi al-Fiqh al-Shafi'i - Volume 5 - Pagina 236]
وفي أخمص القدم وجهان:
أصحهما: عورة كظهر القدم.
[التهذيب في الفقه الشافعي - المجلد ٥ - الصفحة ٢٣٦]
Al-Baghawi zei: Wat betreft de onderkant van de voet zijn er twee opvattingen. De meest correcte daarvan: deze behoort tot de ‘awrah, net zoals de bovenkant van de voet.
[Al-Tadhhib fi al-Fiqh al-Shafi'i - Volume 5 - Pagina 236]
Volgens een mening overgeleverd van Imam Ahmad valt het gezicht niet onder awrah. Er bestaat ook onenigheid over de handen in de Hanbali madhab.
De andere mening die overgeleverd is van Imam Ahmad geeft aan dat de gehele vrouw awrah is, zelfs haar vingernagel.
18 - أخبرني أحمد بن محمد بن مطر، قال: حدثنا أبو طالب، أنه سمع أبا عبد الله يقول: ظفر المرأة عورة، واذا خرجت فلا يبين منها لا يدها ولا ظفرها ولا خفها، فإن الخف يصف القدم، وأحب إليَّ أن تجعل كفها إلى عند يدها، حتى إذا خرجت يدها لا يبين منها شيء.
كتاب أحكام النسا ص32 من ابو بكر الخلال
Imam Ahmad zei:
"De nagel van een vrouw behoort tot de ‘awrah. Wanneer zij naar buiten gaat, mag er niets van haar zichtbaar zijn: noch haar hand, noch haar nagel, noch haar schoen (khuff). Want de khuff beschrijft de vorm van de voet. Het is mij liever dat zij haar mouw tot aan haar hand laat komen, zodat, wanneer haar hand naar buiten komt, er niets van haar zichtbaar is."
[Ahkaam an-Nisaa - Abu Bakr al-Khallal - Pagina 32 - Athar 18]
Geleerden gebruikten onder andere deze overlevering om aan te duiden dat Imam Ahmad van mening was dat het gezicht en handen onder awrah vallen.
والمرأة كلها عورة إلا الوجه، وفي الكفين روايتان: لقول الله تعالى: {وَلا يُبْدِينَ زِينَتَهُنَّ إِلا مَا ظَهَرَ مِنْهَا} [النور: ٣١]
قال ابن عباس: وجهها وكفيها، ولأنه يحرم ستر الوجه في الإحرام، وستر الكفين بالقفازين، ولو كانا عورة، لم يحرم سترهما.
والثانية: أن الكفين عورة لأن المشقة لا تلحق في سترهما فأشبها سائر بدنها
[الكافي في فقه الإمام أحمد – المجلد ١ – الصفحتان ٢٢٦–٢٢٧]
Ibn Qudamah zei:
"De vrouw is geheel ʿawrah, behalve haar gezicht. Over de handen (al-kaffayn) bestaan twee overleveringen (meningen). Dit is gebaseerd op de uitspraak van Allah, de Verhevene: "En zij mogen hun versiering niet tonen, behalve wat daarvan zichtbaar is." (Soerat an-Noer 24:31)
Ibn ʿAbbās zei: "Dat is haar gezicht en haar handen." Ook omdat het verboden is het gezicht tijdens de iḥrām te bedekken en de handen te bedekken met handschoenen (al-quffāzayn). Als deze lichaamsdelen ʿawrah waren, dan zou het bedekken ervan niet verboden zijn.
De tweede mening luidt dat de handen wél ʿawrah zijn, omdat het bedekken ervan geen bijzondere moeilijkheid met zich meebrengt. Daarom zijn zij vergelijkbaar met de rest van haar lichaam.
[Al-Kafi fi Fiqh al-Imam Ahmad - Volume 1 - Pagina 226-227]
Ibn Qudamah begreep dat geen van de meningen overgeleverd van Imam Ahmad inhield dat het gezicht onder awrah valt.
Er zijn echter wel overleveringen van Imam Ahmad die aanduiden dat er twee meningen zijn over de handen.
Zit je met vragen waar je graag een antwoord op wilt krijgen? Stel jouw algemene of specifieke vraag over de Islam. We staan voor je klaar en geven je binnen 48 uur antwoord.
Vraag stellen